terug


ontwerp

1                                  Lisztlaan 31, Rotterdam

Het verbouwingsplan van Lisztlaan 31 werd Bens ont-groening als kersverse architect. Al betrof het een pro-ject van bescheiden omvang, met de harde voorwaarde dat er véél voor weinig geld geleverd moest worden, er kwam toch behoorlijk wat bij kijken. Het was waar dat dat strookje tuin aan de kop van het blokje eengezins-/doorzonwoningen maar van weinig nut was... niet de prettigste plek om te tuinieren en dus ideaal voor een gewenste woninguitbreiding, maar Ben begon zwaar te zuchten bij het inventariseren van de implicaties. Wil-den de opdrachtgevers, broer Hans en zijn vrouw Wilma niet echt liever verhuizen? Dat zou waarschijnlijk verstandiger zijn, want dachten ze nu echt dat het doorbreken van twee draagmuren, het uitgraven van de tuin t.b.v. een betonnen fundering op palen voor een prikje zou kunnen?
    Wel, ze hielden voet bij stuk, ook al zou hun droom fors vertraagd worden door het doorlopen van de artikel 19 procedure, om het bestemmingsplan gewijzigd te krijgen. Dat lukte uiteindelijk doordat de ambtenaren erin slaagden een formule te bedenken, die deze uitzondering, waar niemand schade van ondervond, kon toestaan zónder dat er de gevreesde précedentwerking van uit zou gaan. Wel, die vrucht van flexibele regelzucht had wat Ben betreft wel iets sneller afgewor-pen kunnen worden, aangezien hij zó kon aantonen dat er in de wijde omgeving geen vergelijkbare situatie vóór kwam!
 
    Nog gnuivend van minachting voor dit fraaie staaltje bureaucratie mocht hij opdraven bij bouw- en woning-toezicht voor overleg over de noodzakelijke berekenin-gen. Toch leek het hem wijs zich bescheiden op te stellen, want tegenover hem zat een oude rot, achter een bureau vol stapels bouwplannen en dat was al intimide-rend genoeg. De man bleek een HTS-er, die het niet zo op had met Delftse ingenieurs. Na jaren als constructeur gewerkt te hebben was hij om duistere redenen toch

                                         Lisztlaan 31, Rotterdam                             2
maar ambtenaar geworden en het beviel hem niets dat Ben dit klusje zelf wilde klaren, zonder de hulp van een constructeur in te roepen. Tja, véél voor weinig geld... Ben was niet voor niets benaderd!
    Ze kwamen overeen wat zoal berekend moest wor-den, al zat het dwars dat de man stond op het aanbren-gen van twee zware UNP balken aan weerszijden van het trasraam onder het portaal, om zo de krachten weer terug te voeren naar de ontlaste palen t.p.v. de door-braak in de dragende muur. De staalprijs was indertijd hoog en de klus in de kruipruimte was ook niet eenvou-dig, nog afgezien van het feit dat de oplossing ronduit onelegant te noemen was. Na een nachtje slapen besloot Ben dat het goedkoper zou kunnen met een "springwerk": schuine voetplaten onder de portaalkolom-men, trekstaafje ertussen en hop... zelfde resultaat voor een fractie van het materiaal!
    Dat beviel de ex-constructeur hélemáál niet! Typisch Delftse eigenwijsheid. Het kón niet, zou nooit toegestaan worden en alleen zijn oplossing was solide, werd al meer dan dertig jaar gepraktiseerd van Capelle tot Hoek van Holland! Tja, nu lag er een conflict, want Ben wilde niet voor de lieve vrede een paar duizend gulden spenderen aan onzin... vond het tijd voor iets nieuws tussen Capelle en Hoek van Holland! Tot zijn verbijstering ontdekte hij ook dat zijn tegenstrever helemaal niets begréép van zijn springwerk... toch echt een eenvoudig stukje toegepaste mechanica. Hij nam afscheid met de mededeling dat het hem speet, maar dat hij de man moest passeren. "Wie is uw baas?"
    Om rugdekking te zoeken zocht hij steun bij Minos de Jonge, ooit constructeur van het jonge architectenbureau van Mick Eekhout, waar Ben een paar maanden stage gelopen had. Minos was inmiddels leraar Toegepaste Mechanica aan een Haagse HTS, dus een betere refe-rentie kon Ben zich niet wensen. Minos vond het spring-werk héél elegant, daar was geen speld tussen te krijgen

verder